Het Zoutbedrijf draait op volle toeren en werkt hard om de groeiende vraag naar zout bij te benen. Ondertussen ligt de focus op het verhogen van de productie door de bestaande installaties te laten zweten. “We willen zoveel mogelijk uit onze fabrieken halen. Dat doen we gezamenlijk met Productie, Onderhoud, Technologie en onze Projectafdeling”, zo stelt Rolf Landman, senior process engineer. 

 

Leuke resultaten

Technoloog Douwe Tuinstra kijkt daarbij nadrukkelijk naar water en energie. “Minder water is minder verdampen en is dus minder energie. Door warmtestromen meer te integreren, hebben we minder energie nodig en kunnen we de output van de fabriek verder verhogen. Bij de pekelindamping heeft dat tot leuke resultaten geleid. We blijven dat pad volgen. Daarnaast kijken we in hoeverre we restwarmte van andere fabrieken op deze locatie kunnen benutten.”

 

‘Gewoon’ stuk

Ook Onderhoud speelt in het geheel een belangrijke rol. Manager Productie en Logistiek, Ronny Pals: “We streven naar zo min mogelijk stilstanduren. Bij kritische apparatuur doen we vooral preventief onderhoud. Minder kritische zaken laat je bij wijze van spreken ‘gewoon’ stuk gaan. We zien dat dit wel degelijk bijdraagt aan een grotere beschikbaarheid van de fabriek en daarmee aan extra tonnen. Wanneer we druk en temperatuur constanter houden, kunnen we langer optimaal draaien.”

 

Hoge leeftijd

Op deze wijze blijkt er, ondanks de hoge leeftijd van de fabrieken, nog steeds ruimte voor uitbreiding van de capaciteit. Volgens Pals is de benadering van het maximaal benutten van de beschikbare capaciteit een tweede natuur binnen het Zout geworden. Dat wordt niet als druk gevoeld, maar brengt veel enthousiasme in de ploegen met zich mee. “Dat komt, omdat we inzichtelijk maken waar we nog tonnen zout laten liggen. En dat wil niemand!”